Verbinden van positieve krachten: de 20% movement

Leraren met Lef, Directeuren met Durf en Bevlogen Bestuurders

Het onderwijs kent volop initiatiefrijke, betrokken en inspirerende leraren. Leraren die reflecteren en zoeken naar verbetermogelijkheden en hun collega’s ‘infecteren’. Hun positieve kracht uit zich doordat ze nieuwe ontwikkelingen in de eerste plaats als mogelijkheden zien. Dergelijke leraren (ik noem ze graag ‘leraren met lef’) hebben niet alleen gelijkgestemden nodig, maar ook directeuren die hun waarde en kracht zien en die weten in te zetten om daarmee de school op een hoger niveau te tillen. Deze directeuren maken zich sterk, faciliteren de positieve krachten door ze te beschermen met een ‘hitteschild’ en treden op tegen negatieve krachten. Ik noem ze graag ‘directeuren met durf’. In het verlengde hiervan geldt hetzelfde voor bestuurders. Er zijn bestuurders nodig die hun directeuren aanzetten tot durf, die ruimte creëren voor experiment, die het leren tussen de scholen bevorderen en risico durven te nemen. Het zijn bestuurders die zich in alles uiteindelijk laten leiden door de wens het beste onderwijs voor leerlingen te bieden. Ik zou dit type ‘bevlogen bestuurders’ willen noemen. En voor alle betrokkenen geldt: het primaire proces tussen leerling en leraar is het uitgangspunt en het verbeteren daarvan het doel. Kinderen van nu verdienen immers eigentijds en uitdagend onderwijs, waardoor hun leergierigheid geprikkeld wordt en ze voldoende basis leggen om hun talenten te ontwikkelen.

 

De uitdaging van de komende jaren: the battle of the sixty.

De ervaring leert dat op iedere school ongeveer 20% van de leraren een dergelijke ‘positieve voorhoede’ vormt. Zij dragen hun positieve kracht over op hun leerlingen en Schermafbeelding 2015-01-07 om 10.44.54collega’s. We weten ook dat er een groep leraren is van een vergelijkbare omvang die zich juist meer laat leiden door teleurstellingen of een gevoel van onmacht. Deze leraren kunnen, vaak onbedoeld, een negatief stempel drukken op het onderwijs in hun school. De middengroep van 60% kan zich meer door de ene of meer door de andere groep laten leiden. En daar zit dan ook een belangrijk verschil. Wat voor scholen geldt, geldt ook voor het onderwijs in het algemeen, op regionaal en landelijk niveau. De grote uitdaging is om een zodanige dynamiek op al die niveaus op gang te brengen, dat die 20% positieve krachten meer gemobiliseerd raakt en de middengroep van 60% meeneemt in een positieve ontwikkeling van het onderwijs: the battle of the 60! Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans, werkt aan deze ambitie(s) voor Nederland als geheel en nam het initiatief voor ‘Nederland Kantelt’. Hij bevestigt dat het bereiken van de 20% zal leiden tot voldoende massa en ons land zal laten (gaat) kantelen naar de positieve kant.

Het vergroten van het bereik; van 5 naar 20%

Er gebeurt de laatste jaren steeds meer dat die positieve kracht in het onderwijs mobiliseert. In het overzicht hiernaast staan allerlei initiatieven en soms ook instrumenten, die dit impliciet of expliciet tot doel hebben. Voor ‘United4Education’ geldt dit nog wel het meest expliciet’. Niet voor niets dat ook Jan Rotmans zich hier aan heeft verbonden. Deze initiatieven zijn vrijwel allemaal de laatste 5 jaren gestart. Wetende dat de opsomming hiernaast onvolledig is, schat ik voorzichtig dat met dergelijke initiatieven nu ongeveer 5% van de leraren en van het onderwijsveld bereikt is. Om de bovengenoemde uitdaging aan te gaan, is het nodig om vanuit deze 5 % een stap te maken naar het bereiken van de 20%. Doordat mensen van deze 20% onvoldoende het besef hebben dat ze samen een grote ontwikkelkracht hebben, blijft een groot potentieel van hen onbenut. Doodzonde! Worden de handen meer in elkaar geslagen dan ontstaat een beweging van 20%. Laten we die `the 20%-movement` noemen. Wat kunnen we doen om meer mensen te bereiken en hen te bundelen tot een collectieve kracht voor beter onderwijs? En wat te denken van de 20% beweging ?

Wat kunnen we doen?

1. Ben vóór en steun elkaar!

Kritisch zijn is goed, maar kan ontaarden in afzetten tegen om jezelf sterker te maken. Ik zou zeggen: ben vóór. Stimuleer elkaar en doe elkaar tips aan de hand als kritische vriend, met de nadruk op ‘vriend’. Ben blij met de vele en veelvormige initiatieven. Volg elkaar op twitter en retweet elkaars initiatieven, link je eigen website met die van de ander. Meld je als initiatief op het onderwijsdeel van Nederland kantelt

2. Werk mee met de transitiepaden van United4Education.

Kijk op hun site, sluit je aan en doe mee met de volgende bijeenkomst op 5 februari in Den Bosch.

3. Verdiep je in je eigen ontwikkelpad binnen de school of scholen

Wat kun je doen om op je (mijn) school medestanders te vinden. Breng ze bij elkaar door alle lagen heen en agendeer het onderwerp: hoe worden wij een 20%-movement? Daarbij kan het helpen om als leraar samen met directeur en bestuurder samen op te gaan, bijvoorbeeld naar bijeenkomsten als De Grote Professionaliseringsdag. Daar staat die samenwerking centraal en worden dergelijke ervaringen uitgewisseld.

4. Vraag ook steun vanuit het ministerie

Ook het ministerie maakt kantelbewegingen. Als je vóór bent, dan voorkom je (ook) oneigenlijke tegenstand tussen ‘Den Haag’ en het veld. Laten we onze minister en staatssecretaris vragen om onze initiatieven te noemen en tot voorbeeld te stellen voor vernieuwing van binnenuit of van onderop. Ik weet dat er voldoende krachten bij het ministerie zijn, die mee willen werken aan wat ik noem een 20%-movement.

5. Ga het gesprek aan met de media

Ook de media dragen bij aan het wegschrijven van positieve ontwikkelingen en het omhoog schrijven van negatieve gebeurtenissen. Laten we het gesprek aangaan met journalisten en dit onderwerp aan de orde stellen.

6. Kom deze zomer naar de Parade

Ik steun het initiatief Leraren met Lef. Het plan is opgevat om een groot deel van het Paradeterrein in Amsterdam te benutten voor een grootse ontmoeting tussen alle genoemde initiatieven gericht op het vergroten van de gezamenlijke kracht. Het wordt waarschijnlijk 20 augustus 2015 tussen 10 en 15 uur met aansluitend plezier op de reguliere Parade. Met de vakantiespreiding is dat nog niet eenvoudig, maar leraren met lef, directeuren met durf en bevlogen bestuurders creëren daar ruimte voor

 

Er is echt iets aan het gebeuren. Cool (“klinkt dat niet te jongensachtig” zei mijn moeder bij het lezen; het zij zo)